Algemene eigenschappen opgeven voor alle apparaten in een apparaatgroep
Met apparaatgroepen kun je algemene eigenschappen opgeven voor alle apparaten binnen een bepaalde apparaatgroep:
Klik in het deelvenster Overzicht op de apparaatgroep.
In het deelvenster Eigenschappen worden alle eigenschappen die beschikbaar zijn op alle apparaten van de apparaatgroep vermeld en gegroepeerd op tabbladen.
Geef de relevante algemene eigenschappen op.
Op het tabblad Instellingen kun je schakelen tussen instellingen voor alle apparaten en instellingen voor individuele apparaten.
Klik in de werkbalk op Opslaan. De instellingen worden opgeslagen op de afzonderlijke apparaten, niet in de apparaatgroep.