Schakel handmatige gevoeligheid in om beweging te definiëren
De gevoeligheidsinstelling bepaalt hoeveel elke pixel in het beeld moet veranderen voordat deze als beweging wordt beschouwd.
Selecteer in het deelvenster LocatienavigatieApparaten en selecteer vervolgens Camera’s.
Selecteer de betreffende camera in het deelvenster Overzicht.
Schakel het selectievakje Handmatige gevoeligheid van het tabblad Beweging in.
Sleep de schuifregelaar naar links voor een hoger gevoeligheidsniveau en naar rechts voor een lager gevoeligheidsniveau.
Hoe hoger het gevoeligheidsniveau, des te minder wijzigingen worden toegestaan in elke pixel voordat deze als beweging wordt beschouwd.
Hoe lager het gevoeligheidsniveau, hoe meer wijzigingen in elke pixel worden toegestaan voordat deze als beweging wordt beschouwd.
Pixels waarin beweging wordt gedetecteerd, worden groen gemarkeerd in de voorbeeldafbeelding.
Selecteer een schuifregelaarpositie waarin alleen detecties die u beschouwt als beweging worden gemarkeerd.

Je kunt de exacte gevoeligheidsinstellingen tussen camera's vergelijken en instellen aan de hand van het nummer rechts in de schuifregelaar.